ADHD

ADHD bij kinderen

Is uw kind erg druk? En dan niet alleen rond speciale gebeurtenissen zoals verjaardagen of Sinterklaas, maar elke dag, het hele jaar door? En doet hij of zij wat in het hoofd opkomt? Ook al weet hij wat de consequentie is? Moeten regels en afspraken telkens herhaald worden? Flapt het kind er dingen uit zonder erbij na te denken? En merkt u dat het kind a.g.v. bovengenoemd gedrag problemen krijgt op school zoals achterblijvende leerprestaties of problemen rond het gedrag en merkt u ook thuis dat het u veel moeite kost het gedrag van uw zoon of dochter in goede banen te leiden?  Dan is het goed om de oorzaak hiervan te achterhalen. Er zou sprake kunnen zijn van ADHD.

ADHD staat voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder en is in Nederland een veel gediagnosticeerde psychiatrische stoornis bij kinderen, jongeren en volwassen.

De 3 hoofdkenmerken zijn:

Concentratieproblemen , Impulsiviteit en Hyperactiviteit.

Er zijn drie subtypes van ADHD: Het overwegend hyperactief-impulsieve type, overwegend onoplettendheid type (met name problemen op het gebied van de aandachtsconcentratie) en het gecombineerde type.

Waaruit bestaat een onderzoek naar ADHD:

De Multidisciplinaire richtlijn ADHD bij kinderen en jeugdigen (Trimbos Instituut 2005) schrijft voor dat bij de diagnostiek van ADHD zowel de gezinssituatie als de schoolsituatie betrokken dient te worden, met informatie uit meer dan één bron.

Onderzoeksmethoden:

  • (Neuro) psychologisch onderzoek bij het kind zelf
  • Gedragsobservaties
  • afname van gestandaardiseerde en gevalideerde (gedrags) vragenlijsten
  • Interview met de ouders (o.a. inventarisatie van de klachten, doorlopen van de ontwikkeling van het kind, erfeliijkheid)
  • inventarisatie schoolinformatie (d.m.v. gedragsvragenlijsten, maar ook informatie m.b.t. leerresultaten).

Behandeling van ADHD:

In de richtlijn voor diagnostiek en behandeling van kinderen en jongeren (Trimbos-Instituut, 2005) wordt als meest effectief gebleken behandeling genoemd: een combinatie van farmacotherapie (medicatie) en psychosociale interventies. Dit betekent dat de behandeling zich tegelijkertijd zowel op het kind zelf als de ouders en (school)omgeving richt. De GZ-Psychologen aangesloten bij deze groep bieden allen bovengenoemde multimodale behandeling.

 

Behandeling van het kind zelf:

Medicatie: Hiervoor verwijzen wij door naar een kinderpsychiater of jeugdarts. Zie ook:

http://www.steunpuntadhd.nl/adhd-behandelen/behandeling-met-medicijnen/soorten-medicijnen

Trainen van de executieve functies. Zie o.a. : http://www.gamingandtraining.nl.

Neurofeedback, Cogmed werkgeheugentraining. Zie bijvoorbeeld http://www.steunpuntadhd.nl/adhd-behandelen/nieuwe-ontwikkelingen

Overig: Psychoeducatie aan het kind of de jongere zelf: wat betekent de diagnose voor mij? Hoe kan ik problemen voorkomen? Het kind of de jongere leren plannen, organiseren, eerst stoppen en denken alvorens te doen, ontspanningsoefeningen, lotgenoten contacten etc.

Hulp aan ouders en school:

Ouders en school krijgen uitleg (psycho-educatie) over de diagnose en adviezen in het aansturen van het gedrag van kinderen met ADHD, gebaseerd op gedragstherapeutische interventies. Voorbeelden van interventies op school: Advies op maat aan individuele leerkrachten en docenten, gericht op het verbeteren van de werkhouding van kinderen en jongeren en het gedrag in de groep. Ook groepstrainingen voor leerkrachten in een groep blijken  effectief, zoals bijvoorbeeld:  Een Nieuw Koers, effectieve aansturing van kinderen met ADHD in het (basis – en voortgezet) onderwijs ontwikkeld door M. Hinfelaar en E. ten Brink. Uit recent wetenschappelijk onderzoek (Hinfelaar e.a., 2011) blijkt dat deze training  effectief is in  zowel het verbeteren van het contact tussen leerkracht en leerling als in het verbeteren van de werkhouding van de leerling. Dit is van groot belang omdat uit eerder onderzoek blijkt dat een slechte werkhouding gerelateerd is aan slechtere schoolprestaties en een verhoogde kans op voortijdig schooluitval.

ADHD bij volwassenen

Informatie uit multidisciplinare richtlijn ADHD (Trimbos Instituut 2005):

Uit follow-up onderzoek bij kinderen met ADHD blijkt de stoornis bij ongeveer 50-60% van deze kinderen nog steeds hinderlijke klachten te veroorzaken in de volwassenheid. Slechts 10% van een goed onderzochte groep jongeren met ADHD functioneerde goed in de adolescentie. ADHD blijkt in Nederlands epidemiologisch onderzoek bij 1-2.5% van de volwassen bevolking voor te komen, in de Verenigde Staten is de prevalentie op 4.4% geschat . ADHD op volwassen leeftijd blijkt nog steeds veel klachten en disfunctioneren te veroorzaken zoals problemen in opleiding en op het werk zoals concentratieproblemen, moeite met plannen, relatieproblemen, financiële problemen, alcohol en drugsmisbruik.